Top

Maak kennis met de Ronde van Limburg: gaststeden en rondedorpen

Na een jaartje weggeweest te zijn, is de Ronde van Limburg weer helemaal terug. Ook dit jaar zullen er sterke ploegen verschijnen aan de start. In het verleden kende de Ronde al grote winnaars zoals Mathieu van der Poel en Wout van Aert. Maak kennis met het parcours waarop een sterk deelnemersveld zal strijden om winst op 24 mei.

Hasselt

Vertrekken doen ze dit jaar net zoals de komende twee jaar vanuit Hasselt. De stad mag zich sinds de realisatie van Quartier Bleu een stad aan het water noemen. Rond de vertrouwde Kanaalkom tref je er sinds het voorjaar van 2020 namelijk een mix aan van comfortabele appartementen en stadswoningen, een nieuwe winkelboulevard en een gezellige kade met horecazaken en prachtige terrassen. Een transformatie die mag gezien worden. Vandaar dat burgemeester Steven Vandeput van hieruit het peloton op gang schiet voor een tocht van 199,5 km over 14 hellingen en 8 kasseistroken richting Tongeren.

Sint-Truiden

Een dikke tien kilometer later strijkt het peloton neer in Sint-Truiden, de bakermat van de Ronde.  Tweevoudig Belgisch Kampioen Henri Moerenhout won er in 1919 de allereerste editie. Marc Wauters in 1994 de 64ste. Doorheen de decennia lag de verlossende witte lijn slechts sporadisch in een andere aankomststad. Anno 2021 brengt de Ronde van Limburg van kilometerpaal 13 tot en met 25 een eresaluut aan haar geboorteplaats.

Borgloon en Bilzen

Net als Borgloon, dat de renners wat vroeger op het parcours tegenkomen, fungeert ook Bilzen dit jaar als Rondedorp. Eenmaal op Bilzens grondgebied begint het serieuze klimwerk. Na een groet langs het stadscentrum begeeft de karavaan zich naar het lokale circuit dat anderhalve keer moet worden afgelegd. Deze achtvormige omloop met als middelpunt de landcommanderij Alden Biesen herbergt twee en één kasseistrook die telkens tweemaal op het menu staan. Een pittige tussenstop in Bilzen dus.

Tongeren

Aankomen doen de renners uiteindelijk in Tongeren. Sinds de doorstart in 2012 fungeert de Tongerse Eeuwfeestwal als epicentrum van de Ronde van Limburg. Meermaals bereikte de koers hier zijn kookpunt. Bijvoorbeeld in 2014 toen Mathieu van der Poel, die zich enkele maanden eerder in Firenze tot juniorenwereldkampioen op de weg had gekroond, er zijn allereerste profzege op stak. Een stunt die duidelijk een lichtje deed branden bij zijn eeuwige rivaal Wout van Aert. De Kempenaar won in 2017. Waarna Van der Poel een jaar later zijn naam een tweede keer mocht bijschrijven op de erelijst. Dat de sprint bergop eerder listig van aard is, bleek in 2016 toen Kenny Dehaes onder meer Tom Boonen verraste in de laatste hectometers. Welke renners er zich dit jaar aan laten vangen en wie als eerste over de streep komt, ontdekken we op 24 mei.  


Share